Reistips

Deze steden verhogen hun toeristenbelasting flink in 2026

· 5 min leestijd

Je hotelkamer boeken en denken dat je weet wat je betaalt? Niet meer zo simpel. Steeds meer Europese steden verhogen in 2026 hun toeristenbelasting, en een paar landen voeren zelfs voor het eerst een landelijke heffing in. Het gaat niet om een paar euro's. In sommige steden betaal je straks tientallen euro's extra per verblijf, zonder dat je dat vooraf altijd duidelijk op je boekingsscherm ziet staan. Een overzicht van wat er dit jaar verandert, en hoe je voorkomt dat je achteraf voor een vervelende verrassing staat.

Amsterdam is nog altijd de duurste stad van Europa

Amsterdam voert al jaren de ranglijst van Europese steden met de hoogste toeristenbelasting. In 2026 betaal je er 12,5 procent van de overnachtingsprijs, wat neerkomt op gemiddeld zo'n 18 euro per persoon per nacht. Voor een weekendje met z'n tweeën loopt dat al snel op tot 70 of 80 euro extra, los van de kamerprijs zelf. Dat bedrag komt boven op de prijs die je op boekingssites ziet staan, en wordt vaak pas bij het afrekenen of zelfs bij aankomst in het hotel duidelijk.

Wie vooral op de vliegtickets let, mist zo het grootste deel van de werkelijke reiskosten. Diezelfde kostenpost speelt ook bij vliegen een rol: de vliegbelasting voor verre vluchten gaat vanaf 2027 flink omhoog, terwijl korte vluchten binnen Europa amper duurder worden.

Edinburgh voert als eerste Britse stad een heffing in

Schotland had tot dit jaar geen enkele vorm van toeristenbelasting, maar daar kwam op 24 juli 2026 verandering in. Sindsdien betaalt iedereen die in Edinburgh overnacht 5 procent van de kamerprijs extra, met een maximum van vijf aaneengesloten nachten. Opvallend is dat de heffing niet alleen voor buitenlandse toeristen geldt, maar voor iedereen die een kamer boekt, ook Britten en Schotten zelf. Glasgow volgt in januari 2027 met een eigen heffing van 5 procent, en Aberdeen werkt aan een tarief van 7 procent.

De gemeente Edinburgh bevestigt de invoering op de officiële pagina over de visitor levy, waar je ook kunt navragen voor welke accommodaties en reizigers een uitzondering geldt.

Wenen schroeft het tarief in twee stappen op

Ook Wenen gaat flink door de bodem van de oude tarieven heen. De stad verhoogt de toeristenbelasting in de loop van 2026 van 3,2 naar 5 procent van de overnachtingsprijs, en zet volgend jaar de volgende stap naar 8 procent. Daarmee klimt Wenen op in de Europese ranglijst, al blijft Amsterdam met 12,5 procent nog altijd fors duurder.

Noorwegen voegt voor het eerst een landelijke heffing toe

Noorwegen had tot nu toe geen nationale toeristenbelasting, dat veranderde deze zomer. Afzonderlijke gemeenten mogen sinds de goedkeuring door de nationale overheid zelf bepalen of ze een heffing van maximaal 3 procent op de overnachtingsprijs invoeren, bedoeld voor gebieden waar het toerisme de infrastructuur onder druk zet. Wie met een tent of camper reist, betaalt de heffing niet. Dat maakt kamperen in Noorwegen in 2026 relatief voordeliger dan een overnachting in een hotel of hut.

Deze golf van verhogingen komt niet uit het niets. Steden gebruiken de inkomsten steeds vaker om de druk van massatoerisme te compenseren, van extra straatreiniging tot onderhoud van historische binnensteden. Voor jou als reiziger maakt de reden weinig uit, het effect op je reisbudget is hetzelfde: de prijs die je op een boekingssite ziet, is steeds minder vaak het bedrag dat je uiteindelijk betaalt.

Zelfs de Zaanse Schans overwoog een entreeprijs

Je hoeft niet naar het buitenland te kijken voor dit soort maatregelen. De gemeente Zaanstad wilde al vanaf 2026 een entreeprijs van 17,50 euro per bezoeker invoeren voor de Zaanse Schans, als reactie op de drukte van dagjesmensen bij de molens. Begin 2026 besloot de gemeente de invoering met een jaar uit te stellen, naar april 2027, om eerst met alle betrokken partijen tot een gezamenlijk plan te komen. Het laat goed zien hoe snel dit soort plannen nog kunnen veranderen, en dat het de moeite waard is om vlak voor je bezoek nog even te checken of een maatregel al daadwerkelijk ingaat.

Zo voorkom je een verrassing op je volgende stedentrip

De toeristenbelasting zelf kun je niet ontlopen, maar je kunt wel voorkomen dat je er pas bij het afrekenen achter komt. Een paar dingen die helpen:

  • Check bij het boeken of de toeristenbelasting al in de totaalprijs is verwerkt, of dat die er bij aankomst nog bovenop komt.
  • Reken bij steden als Amsterdam, Wenen en Edinburgh standaard een paar euro per nacht per persoon extra in je budget.
  • Kijk bij een langer verblijf of er een maximum aantal nachten geldt, zoals in Edinburgh, waarna de heffing niet meer oploopt.
  • Reis je met tent of camper door Noorwegen, dan val je in 2026 buiten de nieuwe heffing.

Wie de kosten van een stedentrip toch wil drukken, kan ook naar het vervoer zelf kijken. Een treinvakantie is deze zomer tot 400 euro per gezin goedkoper dan vliegen, en dat verschil compenseert vaak ruimschoots de hogere toeristenbelasting ter plekke. Let bij het vliegen zelf ook op kleine extra kosten die snel optellen, zoals een bagagefout die je zomaar vijftig euro kan kosten bij de gate. Toeristenbelasting is nu eenmaal niet de enige kostenpost die je vooraf makkelijk mist.

K
Geschreven door Kim Nguyen Budget- & bestemmingsschrijver

Kim groeide op met verhalen van haar Vietnamese grootouders over verre landen en droomde er al jong van om die plekken zelf te bezoeken. Inmiddels heeft ze meer dan veertig landen bezocht en schrijft ze over budgetreizen, tips en de beste manier om een bestemming echt te leren kennen. Ze is de go-to persoon voor iedereen die wil reizen zonder de bank te breken, en haar Google Maps is gevuld met meer saved places dan ze ooit kan bezoeken.